AAA-stuff | languages

Hoe oordelen onze hersenen omtrent voeding?

Er is een relatie tussen onze voedingsinname en onze hersenen. Hiervoor maken we gebruik van onze zintuigen, we oordelen niet enkel op smaak, ook de geur, zicht en orale beleving van een voedingsmiddel beïnvloedt onze voedingskeuze . In de Westerse wereld kennen we 4 smaken die onze tong kan onderscheiden: zout, zoet, zuur en bitter. De Japanners zijn trots dat zij de vijfde smaak, umami hebben ontdekt. Umami is een smaak die gevoelig is voor glutamaat en versterkt de hartig zoute en zoete smaken.
Bij alle dieren is eten is een aangeboren gedrag dat ontwikkeld is in de hersenen als een biologisch mechanisme om groei en onderhoud van het lichaam te garanderen. Bij de mens zijn er andere waarden gekoppeld aan eten: sociale en culturele waarden.
Volgens Ito is de mens een levensgenieter, die het liefst zijn behoefte aan smakelijk eten wilt bevredigen. Zin in lekker eten stimuleert het ‘pleasure center’ in de hersenen: de amygdala. De amygdala ligt diep in de temporale kwab van de hersenen en maakt deel uit van het limbisch systeem. De amygdala legt verbanden tussen informatie die van verschillende zintuigen afkomstig is en koppelt deze aan bepaalde emoties. Zo krijgt elk voedingsmiddel een mentaal model toegekend, dewelke een invloed heeft op ons voedingsgedrag.
Toch zijn er bepaalde andere factoren die het hedonisme remmen. In bepaalde culturen zijn er “overtuigingen” omtrent voedingsmiddelen of voedingswijzes. Ook sociale waarden kunnen dit genotscenter beperken. Deze waarden kunnen met elkaar in conflict gaan waardoor eten vaak een complexer geheel wordt dan enkel ‘een voedingsmiddel in de mond stoppen’.